dinsdag 4 mei 2021

Kuushen (poetsen)

Wukke emme ollemoale nodieg voe te kuushen? (wat hebben we allemaal nodig om te poetsen)

E seule - een emmer.

E dweel - een dweil.

Zeemvel - zeemlap.

E trekker - een aftrekker, trekker of vloertrekker.

E bustel - een borstel.

E slunse - een poetsdoekje.

Stofslunse - stofdoek.

Sipsop - vloerzeep.

Zwientje en vuulblek - borsteltje en vuilnisblik.





Oed (oud)

'n Oede zage - een vrouw die nogal wat kan zeuren of zagen.

'n Oede doze - een oude vrouw.

En oedstrieder - een oud-strijder.

Oede van dag'n - bejaarde mensen.

Olles bie 't oede loaten - alles bij het oude laten, niets veranderen.





maandag 3 mei 2021

Beschaafd West-Vlaams

E schete in e netzak - een storm in een glas water of iets met veel bravoure aankondigen maar uiteindelijk weinig of niets voorstellend. 


Scheur je puuste - scheur je kloten - go voors of makt da je wegziet

Deze uitspraken betekenen allemaal hetzelfde: maak dat je wegkomt.


E leekoard.
een lelijk persoon.

donderdag 22 april 2021

Van olles è twodde (van alles een beetje)

Doeninge - een huis.

De zulle - de deurdorpel.

Schutteldoek - een vaatdoek.

De Woatersteen - de gootsteen.

De moore - een fluitketel of moor.

Shuumspoan - schuimspaan.

Kabba - boodschappentas.

E jaloezie - een hor of vliegenraam.

Lattestoor - rolluiken.

t' Is fiekfak of kalidjanki - het is rommel.

Zunnestoor - zonwering.


Ik zit'n ier goed sè.
Ik zit hier goed.


maandag 5 april 2021

vrijdag 19 maart 2021

Bie den dokteur

Ik zien stakestief - een stijf en stram gevoel hebben over het ganse lichaam. 

De vliegende spetter, nofgang of de schiette - diarree hebben.

Z'is in positie of ze zit vul - ze is in verwachting.

Pottedoof - slechthorend.

T' Is betraapelijk - het is heel besmettelijk.

E snottebelle of snottekelle - een snottebel of neusvocht.

De kozientjes - het jicht.

E grote gabbe in zie'n kop - grote open wonde aan het hoofd.

Variezen - spataders.

E suppositoir - een zetpil.

Slicht te poote - niet goed te been zijn.

'k Ben gelik oardig - ik voel me niet goed.

E tumelette maken - over iets vallen.

'k Gloeien gelik è kolevier - ik gloei heel veel, hoge koorts.

Kaieten - het uitschreeuwen van de pijn.