Posts tonen met het label Huishouden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Huishouden. Alle posts tonen

vrijdag 8 maart 2024

In nof werk'n (in de tuin werken)

Wiene emme ollemaale nodig voe in den nof te werk'n? (wat hebben we allemaal nodig om in de tuin te werken?).

E schuppe (een schop), è spa (spade), è rakel (gazonhark), èn oenkruudstekker (om onkruid te verwijderen) en è kortewagen (kruiwagen). 

Om je vuleheid (vuilnis) op te kuuschen (reinigen) è je nodig è vuulblek (vuilnisblik) en è zwientje (borsteltje) en è ruuscher (straatborstel) of è vagebustel (veegborstel). 



woensdag 14 februari 2024

Slunse (vod, vuile vrouw)

E slunse, ik denk als niet West-Vlaming toch een van de moeilijkste woorden om uit te spreken.

We gebruiken bij ons het woord slunse het meest in de betekenis van een vod. 

We kunnen è stofslunse gebruuken voe 't stof of te doe'n (met een stofdoek het stof afnemen).

Vroeger had je dan ook nog è slunsevint (voddenophaler).

Er is ook de uitspraak: gif mo slunse (doe maar voort) of slunse geev'n (die zet er vaart achter).

Dan een minder mooi woord: è slunsewuuf (vuile vrouw of een vrouw van lichte zeden, ze loopt van de ene naar de andere vent).

E wuuf zit op eur bedde (vrouw zit op haar bed).


maandag 5 februari 2024

Schuttels (de afwas)

Onze Jeroen Meus zou zeggen: het is dagelijkse kost, de afwas doen.

Maar in de de Westhoek doen we de schuttels (de afwas doen). Maar we moeten de schuttels woschen met d'hand omme gèn schuttelmachine èn. (We moeten de afwas doen met de hand als we geen vaatwasser hebben).

Hierbij geef ik enkele voorbeelden van keukenbenodigdheden:

fersjette (vork) 

è panne (braadpan)

schutteldoek (schoteldoek)

tallore (bord)

tasse (tas voor koffie of thee)

sous-tasse (ondertas voor koffietas)

soepekomme (tas voor soep)

de schuttels ofdrogen (de afwas met de handdoek afdrogen)

Als we gedaan hebben met de afwas bergen we alles op in 't schof (lade) of de kasse (keukenkast). Het meervoud van è shof is schoven en van è kasse is 't kassen.

Massa schuttels (een berg afwas)




dinsdag 30 januari 2024

Stuuten mè geleie of toespieze

Stuuten mè geleie betekent boterhammen met confituur. Uiteraard hebben we dan ook de freesegeleie (aardbeienconfituur) en rabarbergeleie (rabarberconfituur).

Je stuute mag je ook beleggen mè toespieze (toespijs).

Je stuute breën = je boterham smeren. Als we gaan werken nemen we onze stuutedooze (boterhamdoos) mee met è pulle kaffie (koffiethermos).

Stuutjes mè geleie (boterhammen met confituur)


dinsdag 9 november 2021

Vuuloard (vuilaard)

O je vuul ziet, moe je je woschen en da ist beste met Sunlichtzepe.

Ben je vuil? Dan was je je het best met Sunlight zeep.





donderdag 22 april 2021

Van olles è twodde (van alles een beetje)

Doeninge - een huis.

De zulle - de deurdorpel.

Schutteldoek - een vaatdoek.

De Woatersteen - de gootsteen.

De moore - een fluitketel of moor.

Shuumspoan - schuimspaan.

Kabba - boodschappentas.

E jaloezie - een hor of vliegenraam.

Lattestoor - rolluiken.

t' Is fiekfak of kalidjanki - het is rommel.

Zunnestoor - zonwering.


Ik zit'n ier goed sè.
Ik zit hier goed.


maandag 5 april 2021

woensdag 2 december 2020

Pandemie

 

Vroeger woaren der ook ol menschen die è moendmascher droeg'n.
Vroeger waren er ook al mensen die een mondmasker droegen.

vrijdag 20 maart 2020

E bitje van olles (allerlei dingen)



Jutekako - schommel voor kinderen.

Wosspelle - wasspeld.

Stekkerdroad - prikkeldraad.

Pupiter - lessenaar.

Kobbejager - ragebol, spinnekopborstel met lange steel.

Billekarre - voornamelijk aan de kust te zien: trapauto, cuisse-tax.

Trontinette - step.

Taboeret - stoeltje zonder leuning.

Sutien of soutien - beha, bustehouder.

Sjiekebak - kauwgomballen automaat.

Sjieken bak of e sjieken slee - een hele mooie auto.

Pardesu - lange mantel.

Schone madam met een combinaison.
(Mooie vrouw met een onderkleed)

dinsdag 10 maart 2020

Menoge (huishouden)




Wosandje: washandje.

Sarze: deken voor op het bed.

Fersjette: vork, deel van het bestek.

Canacière: boekentas.

Sjarette of voiture: kinderwagen of buggy.

Schof: lade.

Schuttels: de afwas of de vaat.

Schutteldoek: vaatdoek.

Ruuscher: harde borstel.

Lattestoor: rolluik.

E zwientje en 't vuulblek: handborstel en vuilblik.

Seule en e dweel: emmer en dweil.

Trekker en bustel: vloertrekker en borstel of bezem.

Schuttelmachiene: vaatwasmachine.

De woste opangen.
(de was ophangen)